Wat zijn Runen?
'n Vaag idee hebben we wel en dan associëer je het misschien met een tijd die ver in het verleden ligt -de tweede wereldoorlog-. Inderdaad zijn runen in de tweede wereldoorlog nogal misbruikt. Dat beeld moeten we nu echter uitschakelen en die associatie daarop niet zetten. Als we kijken hoe wij omgaan met taal. Taal is op zich een heel essentiëel magisch medium, ofschoon we dat niet beseffen.Omdat we dat niet beseffen zoeken we, als we tot enige magische bewustwording wensen te komen,naar voor ons zeer vreemde systemen zoals bijv. zen en yoga om toch maar bewust te worden. Dat kan natuurlijk.
Als wij iets zeggen of zelfs maar denken, dan maken we daarbij gebruik van taal als een magisch intrument, alleen zijn we ons daarvan niet meer bewust. Mensen komen bijvoorbeeld -gezellig- bij elkaar, ze zitten gezellig aan een tafeltje om bij te praten. Als je dan luistert, dan stort de één een woordendiarree uit over de ander, net is een wat onsmakelijke uitdrukking, maar op fijnstoffelijk niveau vind ik ‘t dan ook onsmakelijk soms. Als je goed kijkt, interesseert het de ander natuurlijk niets. Hij wacht gewoon even tot de ander een pauze laat vallen en dan kan hij zijn verhaal kwijt. Jullie kennen dit verschijnsel vast wel. Dit als aan¬duiding hoe onbewust wij omgaan met dat zeer krachtige magische instrument dat ons de hele dag door tot beschikking staat: taal, woorden, lettertekens. Het is zo interessant dat ik wel 6 cursussen over runen zou willen doen. Ik moet altijd even kiezen, wat kan ik weglaten en wat niét om je duidelijk te maken wat. de essentie van runen is. Wij als Westerse mens leven in de semantische werkelijkheid.
Semantiek heeft te maken met taal en met het benoemen van voorwerpen. Cheque het eens voor jezelf na. Als wij ergens geen woord voor hebben, dan is het er gewoon niet. Alles wat wij in onze omgeving kunnen aanduiden, doen we door middel van taal. Heb je daar wel eens over nagedacht ? Als er dingen zijn waarvan we vermoeden dat dat toch een beetje buiten de taal is, dan hebben we tóch een woord: het onbenoembare. Maar dan hebben we het alweer benoemd. We weten dan bij het onbenoembare zo'n beetje waar het over gaat.
De eerste stap op het pad van bewustwording is voor mij om weer eens bewust met onze eigen taal bezig te zijn te geconfronteerd te worden. In Vrij Nederland heeft een interessant artikel gestaan over taal van Prof. Prits Staal. Eén van de grote mensen op het gebied van de mystiek. In zijn lezing laat hij zien, dat vóór de mens taal gebruikte zoals wij dat hanteren, hij klanken gebruikte, maar die klanken hadden geen betekenis. Het is het begrip wat men in het Oosten -mantram- noemt. Een mantram is een machtspreuk, een tover¬woord dat vaak herhaald moet worden (zoals bij transcendente meditatie bijv.). Vele mensen denken echter dat een mantram geladen is met betekenis. Dat is niet zo.
Een mantram is bijv. een hond die blaft, een kanarie die zingt, een poes die miauwt, een baby die schreeuwt omdat hij iets te eten wil hebben of verschoond wil worden.
Op het moment dat wij gaan leren werken met taal en dat leren we allemaal, ook aan onze kinderen, dan gaan we dingen aanwijzen, we wijzen dan een persoon aan en zeggen "papa" of laten een beer zien en zeggen "beer". Daarmee dreigt taal het mantrische karakter te verliezen en daar zit ook iets wat ons verder in het leven belemmert om tot werkelijk inzicht te komen in hoe de kosmos reilt en zeilt.
Als we nu even gaan kijken hoe onze waarneming van de werke¬lijkheid zich voltrekt in verband met taal en eens kijken naar de rode rok van Mientje. Voor de vakantie had¬den we het o.a. over verschilsdenken in dit verband. Hoe voltrekt zich onze waarneming van dat rood? Hët licht valt op de stof. Licht is energie, trilling, straling, vibratie.
Tegenwoordig weten we dat een rok ook straling, energie, vibratie én atoompjes zijn. Het licht bombardeert Mientje's rok en de trillingen die in dat licht aanwezig zijn, vinden in dat voorwerp gelijkluidende trillingen en die beiden vreten elkaar op, het valt weg, het is nul, het is er niet.
Wat daar niét aanwezig is wordt teruggekaatst en met mijn ogen, het visuele apparaat dat gevoelig is voor die teruggekaatste lichtmoleculen, kom ik tot de con¬clusie dat het een rode rok is. Als je dit proces werkelijk kunt proeven, dan houdt dat in dat het allesbehalve rood is. Ik zie, ik neem waar en tot overmaat van ramp, benoem ik wat het niét is..... Als je daarover gaat nadenken, is dat een rare gewaarwording, net proces van terugkaatsen, het weerschijnen van lichtmoleculen, dat in mij kennelijk een bewustzijnstoestand teweeg brengt, geef ik terug en benoem het tot een rode rok. Dan zit ik echter fout, want die rok is niet rood, het is niet eens een rok en het is ook Mientje niet. Daar kun je om lachen, maar als je dit heel consequent doordenkt, dan blijkt dat al onze waarneming van voorwerpen, van kleuren, van geluiden, van geuren, van smaak op deze wet berust. Met het woord -rood- benoem ik het proces van weerschijning, van weerkaatsing. Nu voel je misschien waar ik naartoe wil. In feite doen we dit met elk woord dat we uit¬spreken. Er is kennelijk op dit moment een eenheid tevoorschijn gebracht, die zich openbaart door een ogenschijnlijk rode rok en een ogenschijnlijk daarvoor geschikt gemaakt apparaat -het oog-. Wat de essentie is, dat overdenk ik nooit want dat is het weerkaatsingsproces, de derde factor, die ik met het woord rood benoem....
Heb ik het bijv. over een houten bankje dan heb ik het niet over het voorwerp, maar over het proces dat geleid heeft tot de verschijning van het bankje, het bankje lost een verschil op tussen staan en zitten. Dit houdt dus in, dat de hele Nederlandse taal en dat geldt voor elke taal die men op de wereldaantreft, dat élk woord dat magische, eenheid brengende principe zou kunnen inhouden wanneer we werkelijk zouden begrijpen hoe we tot de benoeming van dat voorwerp gekomen zijn.
Dat is taal en vandaar dat ik zoeven zei dat taal het meest magische instrument is dat de mens tot zijn beschikking heeft.
Je zult merken dat ik met de Nederlandse taal soms dingen doe die ogenschijnlijk moeilijk zijn, maar die op het moment dat je het proeft een heel eigen daglicht geeft aan taal.
Wat betekent nu eigenlijk het woord -verschijnen, verschijning- ? Het is weer-schijn. Ik maak de denkfout door het begrip verschijnsel op het ding te plakken en ik kan me dan realiseren dat ik het ding op zich nooit waarneem.
Taal is juist dat eenheidsbrengende principe en ik noem het dan -het mantrische karakter van taal-.
Wanneer we tot een vorm van zelfwaarneming zouden kunnen komen, waarbij we onszelf aanleren om alle woorden weer eens op zijn bewuste merites te bekijken, dan is dat de allereerste stap tot bewustwording.
Misschien las je het boek "Swabhawat" van Saswitha. Hierin wordt heel anders omgegaan met de Nederlandse taal dan wij gewoonlijk doen. De woorden worden bekeken op wat ze wérkelijk betekenen. Neem het woord -vergelijken-. Hier staan 2 glaasjes water, ik vergelijk en ik zeg: die neem ik. Dat is raar, want dat woord betekent iets heel anders. Wij gebruiken dat woord om tot een keuze te komen, dat wel en dat niet.
Het woord betekent echter -weer gelijk maken- en juist de dualiteit van het kiezen -dat wel en dat niet- eraf halen. Veel mensen proberen om wat ik hier sta te vertellen te -ont-houden-. Als iemand zegt, dat moet ik onthouden,dan bedoelt hij het tegenovergestelde, ik moet het vasthouden, in mijn hoofd prenten. Nee ik moet het onthouden, dus ogenblikkelijk weer loslaten en er je eigen ding mee doen. Misschien voel je het nu, wat ik ermee wil zeggen. We moeten dus tot zelfwaarneming komen in deze, zo voor de hand liggende situaties. Een woord op deze manier overdenken zou een "eye-opener" kunnen zijn, zodat je de boeken niet meer nodig hebt. Jammer, dat we zo geïdentificeerd zijn,vereenzelvigd met dat woordengebruik, dat we er geen seconde meer over nadenken.
Waar komt taal vandaan ? We gaan even terug naar wat ik zo pas zei. De mens of het dier, dat een gewaarwording omzet in de daartoe meest geëigende klank. Onze voorouders keken voornamelijk naar de werkelijkheid vanuit het rechterbrein. Zoals je weet hebben de 2 hemisferen van het menselijke brein 2 verschillende functies. Men zegt dat wij in het linkerbrein, de werkelijkheid zoals wij die op dit moment hanteren, functioneren.
Het is het denken in dualiteit, in begin en einde, in ruimte en tijd, in het gewone dagelijkse waakbewustzijn waarmee wij elkaar op dit moment elkaar aankijken en ons totaal niet realiseren dat wat ik zojuist over de rok vertelde, ook voor het naar elkaar kijken geldt.
Jullie zien mij niet hoor.... Het enige wat jullie waarnemen is het weerschijningsproces dat je de naam Hans Wesseling geeft.
In het rechterbrein of hemisfeer treffen we eenheidsbesef aan. Daar gaan al die dualistische beginselen zoals ruimte en tijd, verleden en toekomst niet op. Men noemt het wel eens het droombewustzijn.
Bij een kind, dat een zekere balans heeft, spreekt men ook over de magische periode waarin het de eenheid voelt, ervaart, beleeft.
Wij, met onze opvoeding, scheuren het daaruit los langzaam. In de periode van onze voorouders waarin de runen ontstonden, reageerden de mensen meer rechterbreinig op de kosmos dan linkerbreinig. Dat hield in dat hij in een voortdurend eenheidsbesef leefde, zoals we dat bij natuurvolken kunnen aantreffen.
Ik gaf eens het voorbeeld hier van de Eskimo's. Hoe weten de eskimo's dat wanneer alles wit is, waar hij een zeehond kan vangen? Hij neemt een beeldje dat hij tot dat doel gesneden heeft van een zeehond en dat hij geladen heeft met magische energie en stemt dat af, oftewel hij treedt in dat eenheidsbesef wat nog, sterk in hem aanwezig is en hij weet welke kant hij moet opgaan om een zeehond te vangen. Wat zeggen wij van zo'n gevonden zeehondenbeeldje?
Wij zeggen: "dat is kunst" en het moet naar een museum. Daar lopen wij er dan geleerd langs en zeggen dan dat dat nou Eskimo-kunst is.
Kunst was een in teken gebrachte magische eenheid, zoals men dat vroeger ervoer. Bij ons is de grote denkfout dat wij vanuit net linkerbrein naar kunst kijken en dan krijgt het een waardebepaling van mooi of lelijk, esthetiek,of het is zoveel waard.
Onze voorouders brachten dat eenheidsbesef in klank maar ook in teken tot uitdrukking. Tegenwoordig is er weer belangstelling voor die primitieve culturen zoals het Sjamanisme. In Amsterdam worden de Sjaïaanisten dan ook uitgenodigd en dat is heel interessant om eens kennis van te nemen. Het is ook weer een uiting van zoeken op dezelfde manier zoals wij in de jaren '60 alle guru's naar Nederland sleepten, in de jaren '70 alle Tai Chi-meesters en nu moeten alle Sjamane want niets helpt en we willen toch tot inzicht komen.
In de boeken van Karl May heet het gewoon een medicijnman. Zij zijn eigenlijk de overblijfselen van wat in ieder mens aanwezig was; een totaal magisch eenheidsbesef dat door klank uitgedrukt werd. Een klank die een teken werd en voor dat teken zijn wij blind geworden. Wij kunnen niet meer rechterbreinig met een teken omgaan. Wij zijn vanaf kind geprogrammeerd om linkerbreinig naar tekens te kijken, dat is onze tragiek. Daarom ook werken onze orakelsystemen niet. Orakelsystemen zijn rechterbreininstrumenten.
Kijk maar naar wat wij bijv. met de Tarot doen. Wij gaan waarzeggen. We gaan naar een waarzegger en die heeft het over mijn toekomst. Dat is de grootste flauwe kul die je kunt uithalen met de Tarot of met de Runen, dat lijkt nergens op. Het woord -waarzeggen- vertelt ons dat het alleen maar betekent – “waar-zeggen”, meer niet.
Het ware is alleen maar nu! Wanneer je met de Tarot de toekomst wil voorspellen, scheur je de eenheid alleen maar uitelkaar. Het gaat over het-NU-van de eenheid.
Tarot, Runen en I Tjing zijn instrumenten om de eenheid nu te ervaren. Misschien voel je in het woord Sjamaan het eenheidsbegrip, sam-sam ons woord samen is eraan verwant. Eenheid betekent samenvoegen, iemand die het samen ziet. Onze voorouders hadden priesters of runenmeesters. We zien dat in alle culturen gebeuren, dat kosmische eenheidsvisies in een teken werden samengebracht.
Een hiëroglyfe. Bij dat woord denken we altijd aan de Egyptenaren, dat is juist. De oorsprong van ónze lettertekens, de runen, zijn evenzeer hiëroglyfen. We moeten hiëroglyfen niet verwarren met tekens die gezamenlijk een woord vormen. Dat is ook de grote fout geweest, toen men hiëroglyfen ging vertalen. Een bekend Egyptoloog zei in de jaren '40 dat het hieroglyfenschrift nog niet ontcijferd is, terwijl je in die tijd overal vertalingen van de Egyptische geschriften kon kopen. Hij heeft toen ook aangetoond dat een hieroglylfe eigenlijk een teken op zich is, dat op het moment dat we in ataat zijn om daar rechterbreinig op te reageren, liet eenheidsbesef op het niveau waarop het teken slaat in ons tevoorschijn gebracht kan worden. Een hiëroglyfe is dus een magisch teken. Wij hebben dezelfde fout met de runen gemaakt. Er werd in zo'n gevonden tablet gekeken: hoe vaak komt het teken -ankh- voor, het levensteken. Dan werd er gekeken naar welke klank het meeste voorkwam en zo werd er dan combinerend en reducerend gezegd; dan betekent dus die letter dié klank. Dat is niet zo, dat is een exoterische benadering.
Esoterisch is het een heel diepzinnig teken waarover je misschien best een hele dag zou kunnen mediteren, welke kosmische gewaarwording het in je oproept.
Maar daar komen we vast te zitten, want ook nu zie ik, ja.., dat teken ken ik.
Misschien hebben we het aan een kettinkje omhangen zelfs, maar we hebben het niet bemediteerd, het heeft niet aangeslagen, Het hieroglyfische karakter kennen we niet. Onze lettertekens zijn verbasterde runen en runen zijn hiëroglyfen, met magische kracht geladen tekens voor degene die in staat is om het linkerbrein even uit te schakelen (waarin we zoeken naar letters) en volledig open en vrij op het hieroglyfische karakter van een rune te reageren. Priesters en runenmeesters gebruikten het. Misschien hoorde je over "Cat weasel" waarin op een gegeven moment de runen werden gegooid ergens bij een tunnel waaruit een trein zou komen. Ik was indertijd onderwijzer en gaf toen een hele maandag en een deel van de dinsdag les over Cat weasel. Daarin zat veel verborgen westerse esoterie en alchemie, gewoon fantastisch. De kinderen begrepen dat heel goed. Die runen waren een samenstel van tekens die een bepaalde Klank hadden en een bepaalde magische werking hadden. Een priester, die een bepaalde ervaring vast wilde leggen, deed dat in 'n bepaald soort hout of steen gekrast teken. In steen is het moeilijk om ronde hoeken te krassen, dus het kreeg iets hoekigs. Hij zocht ook het daarbij behorende hout of steen uit, want vanuit het rechterbrein besefte men goed dat je bepaalde runen die een bepaalde krachtwerking vertegenwoordigen, ook op het daarbij horende hout diende te snijden.
Gewoonlijk nam men daar beukenhout voor. Misschien valt je daarbij op dat letters in het Duits -Buchstaben- heten, beukenstaven. Uit de oude overlevering van de runen dus. Men gaf door middel van dat teken een ander de mogelijkheid om via dat teken, ook contact te maken met het bewustzijnsniveau van het universum waarop dat teken betrekking -had. Voor het eerst komen ze in onze literatuur voor in de "Edda". Het oudste, geschreven cultuurmonument van de westerse beschaving.
Er zijn 3 Edda's, de prozaïsche en de poëtische, maar ook de Proza-Edda is heel poëtisch. Er ko¬men o.a. veel godenverhalen uit tevoorschijn.
Prof.Jan de Vries heeft hem voor 't eerst in het Nederlands vertaald. In zijn inleiding vertelt hij dat we niet weten waar het woord Edda vandaan komt. Na veel vorsen, denk ik, dat we de verwantschap kunnen aantonen met de heel oude Indische geschriften de "Veda's".
Er zijn vertalingen van Duitse runen-meesters die het woord Edda als Ehda (dat was er al) schrijven. Van het woord Veda's stamt ons woord -weten- dat hieruit etimologisch is voortgekomen, een Sanskriet woord.
Het is dan niet moeilijk om hiervoor een klank te bedenken.
In die Edda zit het weten, het oerweten van de westerse cultuur is hierin neergelegd.
Je kunt specialist op literatuurgebied zijn, maar de Edda niet -invoelen-.
We zitten momenteel in een periode waarin we ons weer gaan bezighouden met een holistische kijk op de werkelijkheid. Holos is Grieks en betekent geheel, eenheid. De Edda is dus geen literatuur, maar kosmische wetenschap neergelegd in tekens. Meestal ziet men de Edda als poëzie. In poëzie vinden we juist nog dat magische karakter van de taal terug. Poëzie betekent ook magie en daarbij moet je niet in de le plaats denken aan toveren. Gie komen we ook tegen in energie en ook in Tai-Chi en in Aikido. Dit zijn allemaal meditatievormen die handelen met energie. Wanneer we de energie waar¬uit het universum bestaat bewust kunnen toepassen maken wij daar iets van en dat betekent magie.
Een heroriëntering, een bewustwording van de energetische werking van het universum waarmee ik dingen kan maken, overeenkomstig mijn intentie, mijn wil.
Deze definitie is van Aleister Crowley. Poëzie en magie is hetzelfde. Denk bijvoorbeeld aan de troubadours die in de Middeleeuwen rond reisden, dat waren magiërs.
Ik probeer ook altijd poëtisch taalgebruik te hanteren, dat taalgebruik waarbij we nog in een andere bewustzijnstoestand komen. De extase, de essentie van poëzie.
Extase betekent ex-het achter je laten van het -statische. Uit het statische loskomen, in beweging komen en met energie kunnen handelen. Extatische poëzie. Ik zeg wel eens tegen mijn vaste leerlingen: "Als je geen poëzie kunt lezen, of contact ermee kunt maken, dan kun je élke vorm van bewustwording wel vergeten ... en dat bedoel ik serieus..
Kijk naar alle geschriften uit de wijsheidsliteratuur. De Edda is poëzie, de Veda's, de Tao teh King, de Bijbel en de Popovu van de Maja's het is allemaal poëzie.
Je kunt nergens iets aantreffen in de oergeschriften waar geen gebruik werd gemaakt van de magische taal en werking daarvan. Zij wisten dat je met taal geen linkerbreinachtige wetenschappelijke referaten over spiritualiteit kunt geven. Dat kan alleen op een ander bewustzijnsniveau gebracht worden en dat is de functie van poëzie.
Poëzie heeft metrum (maat) en het heeft de kracht van rijm. De werking van rijmen is gebruikmaken van het besef dat nog aanwezig is in een klank als we hem mantrisch, magisch gebruiken om ons in contact te brengen met het erbij behorend bewustzijnsniveau. Door een klank steeds te herhalen kom je in dat niveau. 'n Metrum is spelen met ritmes, eenvoudig gezegd. Ritme brengt een mens heel snel in een andere bewustzijnstoestand. Reden waarom bij de jeugd ritmische muziek zo aanslaat, denk maar aan de beat-muziek begin zestiger jaren, dat gaf een extase...
Dat was wel geheel onbewust. Door nu met dat ritme te gaan variëren en het metrum te maken, kunnen we de werking van ritme dat heel stug de mens uit zijn statische toestand hamert, variëren en er subtiele gradaties aan toevoegen.
Zen metrum in poëzie is niet bedacht, dat is ontstaan door een moeiteloos meevibreren met het bewustzijnsniveau dat aangegeven wordt door wat men met poëzie bijv. wil aanduiden.
Het oudste rijm dat onze cultuur kent, komt uit de Edda en is in het rijm -alliteratie- geschreven.
Alliteratie of stafrijm (gelijke beginletters bij 2 woorden die in nauwe samenhang gebruikt werden).
Je kent Guido Gezelle vast wel, een heel poëtisch wijsgeer. Hij gaf een definitie op poëtische wijze waarin je heel duidelijk de magische werking van taal leunt voelen: "Stafrijmen zijn stapstenen waarop men steunt op de stem". Zoiets kun je zoals je nu misschien begrijpt, niet gaan construeren.
De grote Nederlandse dichter Lucebert heeft het in een van zijn gedichten over een filmster Lola.
Hij schrijft:"Lola, een linden lieveling van licht".
Het vibreert op het bewustzijnsniveau van de letter i; het krijgt een magische, mantrische waarde.
Nu hoop ik dat je contact gaat krijgen met de magische werking van taal, een overblijfsel van de runen.
Vanuit de Edda, waarin de eerste runen beschreven worden in alliteratie, kun je zoals misschien vroeger op school, geen tekstverklaring maken. Dat heeft het eigenlijk voor ons verziekt omdat het een puur magisch handboek is, dat ons door het toe te passen of te doen, contact geeft met de runen.
De rune is in eerste instantie een klank, die een teken wordt. 'Wanneer we een rune herhalen mét enig idee van de betekenis ervan, stemmen we ons af op het energie niveau van dat teken.
We kunnen dan taal, weer als een eenheidsbrengend middel, hanteren...
In de Edda vinden we de verhalen van een heleboel goden. Op school kreeg je te horen en dat stond op de eerste bladzijde van het Vaderlandse Geschiedenis-boekje: Onze voorouders, de Germanen waren heidenen.
Je kunt nagaan, hoe programmerend dat werkt. Ik denk dat wij veel meer heidenen zijn, dan die oude Germanen. Er staat ook dat ze in beestenvellen rondliepen. Maar dat doen wij nu ook nog.
En verder... omdat ze heidenen waren, geloofden ze in Goden. De namen van die heidense Goden, moest je dan wél leren....Odin, Donar, Wodan.... dat zijn niet de goden die wij er linkerbreinig van gemaakt hebben.
Wij denken dat de Germanen hun goden buiten zich plaatsten, maar dat is onze denkfout.
Hun goden waren aspecten van hun eigen eenheidsbesef: het universum.
Spiegelbeelden als het ware, van eigenschappen van de mens zelf, dat waren goden.
De minstens 720 betitelingen van God gaven wij het woord "goden".
In de Kaballistische Bijbel (het oorspronkelijke boek) staan minstens 720 verschillende benamingen, die wij met God, heer, Almachtige enz. vertalen.
Wij hebben een raar beeld van de Germanen. Vergeet niet dat dat beeld afkomstig is van de Romeinen, die er alle belang bij hadden om die Germanen als wilden en heidenen en onbeschaafd af te schilderen. Je hoeft dat maar 2 generaties lang te doen en je hebt een volk weggeschreven.
Nu men weer belangstelling krijgt voor onze eigen runen, beginnen we langzamerhand te beseffen, dat er iets heel anders ten grondslag ligt aan onze cultuur dan de Romeinse verhalen over Julius Ceasar enz. In de Edda vinden we die mystieke verhalen over die "goden", aspecten van de mensen zelf.
Odin oftewel Wodan wordt in de Edda opgehangen aan de mystieke levensboom (zoals hij in de Kaballistiek en bij de Indianen beleend is). Ook de boom van de Sankya-yoga geeft de verschillende stadia van bewustwording volgens het yoga-pad weer, tot en met Brachman.
De oude Germanen, Kelten of Armanen (zo heetten de Germanen vroeger) hadden ook een boom, een prachtig symbool van de evolutie en de groei van het menselijk bewustworden.
Die boom wordt de Yggdrasil, de ik-drager genoemd. De essentie van de mens, die het -ik- draagt. Die boom kan natuurlijk in connectie worden gebracht met andere bomen zoals de Kaballah enz.
In de Edda wordt beschreven hoe Odin of Wodan omgekeerd aan die boom hangt, de Yggdrasil, vastgebonden aan één voet, hoofd naar beneden, gewond door een speer in de zij. Dat is allemaal symboliek. Denk eens aan Adam waaruit een rib genomen werd en aan Jezus aan het Kruis, heel mystiek.
Odin is niet alleen gewond, hij is ook aan een oog blind. Misschien doet het je aan de twaalfde kaart van de Tarot denken. Aan één oog blind zijnde, hangende in een zeer deplorabele toestand, symboliseert hij de mens die zich helemaal heeft vastgenesteld in de materie en die nu gedwongen wordt niet meer met 2 ogen te kijken, maar met één....
Eenheid.... en op dat moment ervaart hij de runen. De 18 magische runen, zoals ze in de Edda beschreven worden. Later zijn systemen ontstaan van 16, 22, 24 en zelfs 26 runen. De basisideeën van de runen komen echter uit de Edda.
Nog even iets over de naam Odin. Het woord -od- is in onze streken vroeger een bekend begrip geweest. Od betekent iets wat jullie waarschijnlijk bekender voorkomt nl. -prana-.
Door hatha-yoga te beoefenen gaan we de energie waaruit het universum bestaat, tot ons nemen. Prana wordt omschreven als -de aldoordringende energie-. Als we ademen, dan werken we met prana, ook als we eten. Dat is energie, een fijnstoffelijke energie.
In de oude runen-literatuur werd die energie Od-Kraft genoemd, in het Duits Od-Krafte. Dat zijn de pranische krachten of energieën waarmee de runen geladen zijn. In de vorige eeuw schreef Reichenbach (Duitser) daar een mooi boek over.
Hij beschreef die runen-energie als Od. Het zit ook in het woord -blo-ed- dat daaruit is afgeleid.
Bla-od was de oorspronkelijke uitspraak, hetgeen de drager van de Od-kraft betekent. Bloed is een heel vitale en essentiële vloeistof in ons lichaam.
Odin is dus zó vastgedraaid in de materie dat hij niet anders kan dan tot inkeer komen en nu zichzelf a.h.w. tot een bewustwording brengt. Door helemaal in-zichzelf te keren...
Od-in....
De naam Odin is zelfs etimologisch verwant aan adem, waarmee wij de od-krachten opnemen. Ook aan het oosterse begrip Atman, zelfs aan de betekenisvolle term Adam. Die hebben allen dezelfde bron van inzicht waarmee de verschillende culturen werkten.
18 Runen dus, die de FUTHORK genoemd worden. Stel je een rechterbreinig priester, Sjamaan, Germaan, runenmeester voor aan de oever van de zee in Atlantis, in volledig eenheidsbesef. Hij strekt zijn armen en handen ten hemel en hij ziet een exploderende ster...... hem gaat a.h.w. een licht op en hij gebruikt dat beeld als uitdrukking van die kosmische eenheidsbeleving, die we tegenwoordig ook nog wel eens ervaren, denk bijv. aan de Big Bang...
Alle runen gaan uit van 2 basis-figuren. Het is de explosie van; het universum...dat ben ik, dat is het eenheidsbesef...
Alle systemen laten ons ook zien dat het universum zich niet daarbuiten afspeelt, maar hier... in ons. Buiten is niets... 'Dat besef gebruikt hij als basis voor zijn bewustwording, de magische eenheid, zie tek.
Door middel van een cirkel drukken we eenheid uit. Een bol met de mens als centrum van het hele gebeuren, het universum. In wezen ben je het Universum zélf.De uiteinden van die sterlijnen kunnen we verbinden en dan krijgen we de magische figuur, waarin alle runen terug te vinden zijn.
Kijk eens goed naar die tekening en dan zie je misschien dat het ook een heel symbolisch gegeven is.
De bol, cirkel, oneindigheid, universum, eenheid en daarin vinden we een aantal driehoeken de wet van de drieeenheid waarop alles gebaseerd is. Er zitten 6 punten in (dat heet een hexagon) met daarin de mens als het zevende punt in het centrum daarvan.
De zeven noemt men het heilige, het heelmakende getal. Ook het symbool van de materiële wereld, de kubus, vind je erin terug.
Als je het denken op een andere manier inschakelt, dan tref je ook de kubus aan. Je visie op de werkelijkheid kun je als het ware laten verspringen, kijk eens naar de tekeningetjes. Misschien laat het je denken aan de Gestalt-plaatjes waarop je vlak kijkt en je ziet een oude heks en iets verder zie je een mooie dame erin. Oefen dit even, want dat heb je nodig om de runen te begrijpen.

De mens als centrum van het geheel en die zichzelf ook ervaart als 'n rechtop gaand wezen. Hij geeft uitdrukking aan vereniging, het weer één worden van hemel en aarde. Bij dieren is de wervelkolom horizontaal en ze lopen op 4 poten.
Onze wervelkolom loopt verticaal, in de loop van de evolutie hebben wij d.m.v. de spieren geleerd om rechtop te lopen en het bloed gaat tegen de zwaartekracht in naar ons brein. Dat brein vraagt 45% van alle energie of prana of Od, die we tot ons nemen.
De mens symboliseert dus de verbinding tussen hemel en aarde, hij beeldt dat uit. Daardoor zijn we ook dualistisch gaan denken, Het woord mens is verwant aan het sanskriet-woord -manas-.
Manas is het denkvermogen dat zichzelf gebruikt heeft om niet meer te hoeven denken, de mens is ook het enige wezen dat in staat is om te liegen, dat Kunnen dieren niet.... (mentir in het Frans).
Een vertikale streep, de uitdrukking van de mens zélf is de basis van bijna alle runen. Als we dat freudiaans gaan bekijken, dan is dat een fallisch symbool.
In India vind je dat heel veel terug in stenen. Een steen als lingam in de yoni (het symbool van het vrouwelijk orgaan) meestal een rieten mandje, als uitdrukking van de kracht die in de hele kosmos werkt, de sexuele energie. Sex is ook het naar elkaar toegetrokken worden van 2 energieën om zich inelkaar op te lossen.
Voor de Grieken was het begrip -eros- hét functioneren van de kosmos, wat niets anders is dan 2 tegengestelden die zich inelkaar willen oplossen. In de mens werkt die kosmische energie. In de yoga wordt dat Kundalini genoemd met als symbool de rechtopstaande streep.
Als de mens tot zelfwaarneming is gekomen, wordt dat Kundalini vanonder uit de wervelkolom, door een kanaal in de wervelkolom omhooggestuwd, om zich te verenigen met de shakti boven in het hoofd en dat kanaal heet shusumna in het Sanskriet en dat is het teken van bewustwording. Alleen maar een streep is dus een mooie uitdrukking van de mens zelf. In practisch alle talen begint het woord -ik- ook met een verticale streep, I, Ik, Je en straks vinden we hem terug als de 9e rune....
Vanuit die streep vinden we alle tekens waarin men het magische, kosmische gebeuren gestalte gaf.






















